Verzekering tegen het risico van natuurrampen

Eindelijk is er nu een verplichte verzekering tegen het risico van natuurrampen.

Sinds 1 maart 2006 zijn schadegevallen ingevolge overstromingen en aardbevingen gedekt. De wetgeving schrijft voor dat alle verzekeringsondernemingen in de branche « Brand - Eenvoudige risico’s » hun brandverzekeringscontracten moeten uitbreiden tot dekking van schade door natuurrampen.

De kwestie van het zich indekken tegen natuurrampen is niet nieuw.
De jongste jaren is het aantal en de intensiteit van die natuurrampen steeds toegenomen en daardoor wordt het probleem als acuter ervaren. Denk maar aan al die talloze overstromingen, stormen, tornado’s en grondverschuivingen van de laatste jaren. Tot nu toe sloten de verzekeraars de dekking van deze schadegevallen echter uit in hun verzekeringspolissen. Waarom ?
Elke verzekeringspremie wordt berekend op grond van diverse criteria, waarvan het belangrijkste de kans is dat een schadegeval zich voordoet waarvoor dekking is verleend. Wanneer het om verkeersongevallen of branden gaat, is er voldoende statistisch materiaal voorhanden om er onder andere een betrouwbare berekeningsfactor van te maken.
Maar op het gebied van natuurrampen is de schade soms zeer groot en het aantal schadegevallen minder talrijk, wat de efficiëntie van de kansberekening dat ze zich voordoen schaadt. Die onzekerheid was lang de oorzaak dat deze risico’s niet gedekt werden. Wie slachtoffer werd van een natuurramp had geen andere keuze dan aan te kloppen bij het Rampenfonds. De procedure was echter tergend langzaam en resultaat was allesbehalve gewaarborgd.

Historische achtergrond

Het besluit om ons land een basiswetgeving in die materie mee te geven gaat terug tot 1967, toen de Ministerraad samenkwam naar aanleiding van de geweldige schade die een tornado had aangericht.
Tien jaar later introduceerde de wet van 12 juli 1976 het begrip van schadevergoeding na een natuurramp, maar dat was dan ook een buitengewone wet. Het gevolg was dat de procedure om de schade vergoed te krijgen log, complex en omslachtig was en de vergoedingen de schade nooit helemaal dekten. Andere wetten volgden.

Storm

Het stormrisico is in het verleden door de verzekeringsondernemingen eigenlijk nooit helemaal uitgesloten geweest. Alleen : ze namen het wel op in hun polismodel maar verbonden het met een belachelijk laag vergoedingsbedrag bij een schadegeval (van 8 tot 20% van de waarde van hun verzekerd goed). Toen begin jaren ’90 de stormen elkaar in grote aantallen opvolgden kon het Rampenfonds waarop zo vaak een beroep werd gedaan en dat toen al achterhaald was, de aanvragen tot gehele of aanvullende vergoeding van de schade niet langer aan. Na een verbod op dergelijke dekkingslimieten en om iets aan de situatie te doen verplichtte de wetgever dat ieder die heeft ingetekend op een brandverzekering ook voor dit risico gedekt is (Koninklijk Besluit van 16 januari 1995).

Overstromingen

Vergoeding van de schade veroorzaakt door overstromingen is steeds een heikele kwestie geweest. Toen de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomsten er kwam, werd tegelijkertijd een wetsvoorstel ingediend om slachtoffers van overstromingen (en ook van aardbevingen) te vergoeden.
Toch was het nog wachten op de wet van 21 mei 2003 (Staatsblad 15 juli 2003), op stapel gezet door toenmalig economieminister Charles Picqué, om eindelijk schade ingevolge overstromingen hersteld te kunnen krijgen.
Deze wet, die de wet van 25 juni 1992 wijzigt, omschrijft in artikel 3 het begrip overstroming en de omvang van de geboden waarborg.
Ze legt een verzekeringsdekking op voor « zaakverzekeringsovereenkomsten met betrekking tot het gevaar ‘brand’ die dekking verlenen voor eenvoudige risico’s ... in risicogebieden ». Het gaat om "plaatsen die aan terugkerende en herhaalde overstromingen blootgesteld werden of blootgesteld kunnen worden ». Bij het toenmalige gebrek aan een eengemaakt Kadaster bleek de wet echter snel onuitvoerbaar.

Aardbevingen

Op lange termijn kosten aardbevingen de verzekeraars veel meer geld dan overstromingen.
Gespreid over een periode van 125 jaar wordt de kans op een aardbeving die tot een miljardenschade (in euro’s) zal leiden zeer reëel.
De gebieden die het meest zijn blootgesteld zijn de provincies Luik en Henegouwen alsook het Maasdal...
Aardbevingen zijn veel zeldzamer dan overstromingen, maar ze veroorzaken verhoudingsgewijs veel meer schade.
De wet van 21 mei 2003 organiseerde bovendien een facultatieve dekking van aardbevingen of aardverschuivingen en grondverzakkingen.

Vandaag

Al deze risico’s werden nu opgenomen in een nieuwe wet.
Op 1 maart 2006 is de nieuwe wet van 17 september (Belgisch Staatsblad van 11 oktober 2005) van kracht geworden. Deze wet introduceert dekking van alle natuurrampen als verplichte waarborg in alle brandverzekeringscontracten.

Welke risico’s ?

Aardbeving, overlopen of opstuwing van openbare riolen, aardverschuiving en grondverzakking en overstroming. Met een overstroming wordt gelijk gesteld het buiten de oevers treden van waterlopen, kanalen, meren, vijvers en zeeën ten gevolge van atmosferische neerslag, het smelten van sneeuw en ijs, een dijkbreuk of een vloedgolf.
Het speelt geen rol of die overstromingen al dan niet het gevolg zijn van een aardbeving.
Een aardbeving wordt omschreven als zijnde « van natuurlijke oorsprong die tegen dit gevaar verzekerbare goederen beschadigt binnen een straal van 10 km van het verzekerde gebouw of die werd geregistreerd met een minimale magnitude van vier graden op de schaal van Richter ».

Reikwijdte van de waarborg

De waarborg dekt de schade die rechtstreeks aan de verzekerde goederen wordt veroorzaakt door een natuurramp of een verzekerd gevaar dat er rechtstreeks uit voortvloeit, zoals brand of ontploffing. Maar opgelet : behalve de installaties die blijvend zijn bevestigd (verwarming, elektriciteit, water) wordt « de inhoud van kelders die op minder dan 10 centimeter van de grond is opgesteld » behoudens andersluidende bepalingen uitgesloten van dekking.
De wet omschrijft wat een kelder is : het is « elk vertrek waarvan de grondoppervlakte zich bevindt op meer dan 50 centimeter beneden het niveau van de hoofdingang die leidt naar de woonvertrekken van het gebouw ». Van dekking zijn uitgesloten de bewoonde kelders en kelders die voor de uitoefening van een beroep zijn ingericht. De opruimings- en afbraakkosten nodig voor het herbouwen van de beschadigde goederen worden in aanmerking genomen.
Tenzij daar in de verzekeringspolis van afgeweken wordt, is een reeks goederen bijgevolg van dekking uitgesloten zoals voertuigen, tuinhuisjes, gebouwen in opbouw of constructies die gemakkelijk demonteerbaar of verplaatsbaar zijn, enz.
Schade als gevolg van diefstal of vandalisme die mogelijk zijn gemaakt door het schadegeval wordt eveneens uitgesloten.
Maar de grootste vorm van uitsluiting betreft de zogenoemde risicogebieden.
De wet definieert een risicozone als een gebied dat blootgestaan heeft of nog zal worden blootgesteld aan herhaalde en omvangrijke overstromingen. Die gebieden moeten dit jaar door het Kadaster worden afgebakend.
En op dit punt speelt het tariferingsbureau een rol, waarvan de oprichting al in de wet van 2003 werd aangekondigd.
De opdracht van het bureau bestaat erin de tariefvoorwaarden vast te stellen voor de risico’s die geen dekking vinden. Wanneer een verzekeraar een risico weigert te dekken of een premie of vrijstelling voorstelt die hoger ligt dan de tariefvoorwaarden van het bureau, moet hij de verzekerde inlichten over laatstgenoemde voorwaarden en hem melden dat hij het recht heeft om zich tot een andere verzekeringsonderneming te wenden. De bedoeling is dat de burger zich uiteindelijk toch kan laten verzekeren.

Verzekerd bedrag en vrijstelling

De verzekerde bedragen mogen niet verschillen van die welke in de basisbrandverzekering gewaarborgd zijn. Zonder echter in de details te treden bestaat er echter een plafondbedrag, dat anders is bij een overstroming dan wel bij een aardbeving.
Bij overschrijding zal de Nationale Kas voor Rampenschade het bijkomende schadeherstel op zich nemen. De vrijstelling of franchise mag nooit hoger zijn dan 610 euro per schadegeval, een bedrag dat indexeerbaar is.

Het kostenplaatje

Om dit nieuw risico te kunnen waarborgen zullen de verzekeringsondernemingen de premie’s uiteraard verhogen.
De wetgever heeft geen prijs vastgesteld voor deze dekking.
De vrije concurrentie kan dus tenvolle spelen.
Sommige verzekeraars zullen een tariefschaal uitwerken die de kans op schadegevallen reflecteert. Anderen zullen dan weer kiezen voor een eenvormige prijs. En weer andere ondernemingen zullen bijkomende garanties opleggen.

Hoe sterk gaat de premie stijgen ?

Waarschijnlijk zal de premie met 15 tot 30 euro per jaar stijgen.
Als het verzekerde pand echter in een risicogebied ligt, zal het Tariferingsbureau 0,90 euro per schijf van 1000 verzekerde euro’s extra aanrekenen voor de premie.
Die extrapremie kan in sommige extreme gevallen 100 euro per jaar bedragen.

Besluit

De wet heeft een verzekeringssysteem van de overheidsdienst kunnen organiseren terwijl op de privé-markt de regels van de vrije concurrentie kunnen blijven spelen.
Andere Europese landen zoals Duitsland of Nederland beschikken niet over zo’n systeem dat wel eens model zou kunnen staan nu er zich steeds meer natuurrampen voordoen.
Voor meer info verwijzen we naar de website van de Beroepvereniging van Verzekeringsondernemingen (BVVO) op www.assuralia.be (publicatie to-the-point - oktober 2005).