homepage > Al de immo tips > Tips > De schuldsaldoverzekering bij een hypothecair krediet
Bij het aangaan van een hypothecair krediet wordt vaak ingetekend op een schuldsaldoverzekering. Wat zijn daar nu de voor- en nadelen van ? Hoe worden de premies berekend ? Uit welke mogelijkheden kan men kiezen ? Zijn er op de markt verschillende voorwaarden voorhanden ?
Wanneer een persoon een onroerend goed koopt, geheel of gedeeltelijk met behulp van middelen die uit hypothecair krediet voorkomen, dan zal hij de instelling die het geld uitleende terugbetalen met maandelijkse aflossingen. Bij het overlijden van deze persoon is het mogelijk dat de erfgenamen die maandelijkse last niet kunnen dragen. Om de gezinsleden te beschermen en ook om de bank gerust te stellen, gebeurt het geregeld dat de ontlener een levensverzekeringscontract sluit.
Een levensverzekeringspolis is « een overeenkomst waarbij een partij, de verzekeraar, zich er tegen betaling van een vaste of veranderlijke premie tegenover een andere partij, de verzekeringnemer, toe verbindt een in de overeenkomst bepaalde prestatie te leveren in het geval zich een onzekere gebeurtenis voordoet waarbij, naargelang van het geval, de verzekerde of de begunstigde belang heeft dat die zich niet voordoet (art. 1 van de wet van 25 juni 1992). Wie intekent op een verzekering is de verzekeringnemer. In het geval van een schuldsaldoverzekering (SSV) is de onzekere gebeurtenis het leven van een persoon (art. 1, letter H). De begunstigde is de natuurlijke of rechtspersoon in wiens voordeel verzekeringsprestaties bedongen zijn. Het gaat hier om de instelling die het krediet heeft verleend. Meestal verplicht de bank zo’n verzekering te nemen bij het verkrijgen van een lening.
De praktijk om hypothecair krediet te linken aan een SSV wordt door de overheid al lang aangemoedigd door middel van belastingvoordelen. Sinds 17 mei 2000 is de ontlener niet langer verplicht om een schuldsaldoverzekering te nemen teneinde een belastingvermindering op kapitaalaflossingen te bekomen. De SSV speelt alleen een rol ingeval van overlijden. De ontlener kan erop rekenen dat indien hij nog voor de volledige terugbetaling van zijn hypothecair krediet zou te komen overlijden, het resterende schuldsaldo door de verzekeraar die de premies heeft geïnd aan de kredietverlenende instelling zal worden gestort.
Inzake hypothecair krediet is het huidige stelsel van belastingaftrek eenvoudig : voor de belastingvermindering wordt een maximaal enig bedrag vastgesteld. Dat omvat de aflossing van het kapitaal, van de gestorte intresten en de levensverzekeringen. De bedragen van belastingaftrek worden elke jaar aan de index aangepast. Wat betreft een langlopende levensverzekering met gewaarborgd rendement (tak 21) bedraagt de bovengrens voor het boekjaar 2007 1.950 euro (tegen 1.920 euro voor het vorige boekjaar). Let op : dit maximumbedrag geldt voor elke medeontlener. Bovendien wordt een aanvullende aftrek van 650 euro toegestaan tijdens de eerste 10 jaar dat de lening loopt. Dat bedrag wordt nog eens met 70 euro verhoogd als de belastingplichtige minstens 3 kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar dat volgt op de sluiting van de leenovereenkomst. En voor het pensioensparen (zie verder) bedraagt het aftrekbaar bedrag 810 euro (tegen 800 euro voor het jaar daarvoor).
Tak 21 verwijst naar verzekeringsproducten met kapitaalgarantie. Daartoe behoort met name de verzekeringsrekening, die de jongste jaren zeer populair is, omdat ze ook een deelname in de winst van de verzekeringsonderneming biedt.
Hoe hoger de rentevoet en hoe langer de duur van de lening, des te hoger bedraagt de premie. Maar ook andere criteria komen in aanmerking voor het berekenen van de premie (leeftijd, geslacht, gezondheidstoestand, al dan niet roker zijn enz.). De verzekeringsmaatschappij kan ook redenen tot uitsluiting aanvoeren die te maken hebben met het feit of de verzekerde aan buitensporige risico’s is blootgesteld (gevaarlijke sporten, reizen in een lang in oorlog enz.). Zelfmoord plegen in het eerste jaar behoort ook tot een mogelijke clausule van uitsluitingsrisico’s. Zonder in de details te willen treden : sommige redenen tot uitsluiting zijn wettelijk voorzien en andere mogen niet worden opgelegd.
Het bedrag van de premies kan verschillen met de helft al naargelang de gekozen maatschappij en formule. Bovendien is er een verschil tussen een gewaarborgd tarief en het zogenoemde « ervaringstarief » . In het eerste geval ligt het premiebedrag contractueel vast. Soms wordt een tabel opgemaakt met de premie die elk jaar moet worden voorzien. Het bedrag van deze premie is tot de laatste dag gegarandeerd. Maar sinds enige jaren lijkt het ervaringstarief veel succes te kennen. Met deze formule wordt de premie voor drie jaar vastgelegd en gewaarborgd, wat het bedrag drastisch doet verlagen. Wanneer de drie jaar voorbij zijn, kan de verzekeraar als hij dat wenst het tarief veranderen. Dat zal hij doen op grond van de levensverwachting op dat moment. De verzekerde neemt geen groot risico wanneer hij kiest voor een ervaringstarief, want de levensverwachting blijft maar stijgen. De verzekeraars begonnen dit onderscheid tussen de twee tarieven te maken toen ze beseften dat de sterftecijfertabellen waarmee ze werkten, achterhaald waren omdat ze waren berekend op basis van de levensverwachting in de jaren ’80. Ze hebben dan die tabellen door hun eigen gegevens vervangen, gebaseerd op eigen ervaringsstatistieken.
Elke situatie is verschillend en de premies kunnen variëren van het enkele tot het dubbele. Zo kan volgens de verzekeringsinstellingen bijvoorbeeld een enige premie voor een roker variëren van 1751, 05 euro tot 3.184, 16 euro. Voor een rookster varieert de premie tussen 1.191,9 euro en 2.436,1 euro. Afhankelijk van de gekozen formule bestaat het risico een deel van het mogelijk aftrekbaar bedrag te zien verloren gaan en/of teveel te betalen voor een verzekering die ongetwijfeld steeds complexer wordt. Als men ziet hoeveel formules er zijn een hoe complex ze bovendien zijn, is het raadzaam een makelaar en/of bankier om advies te vragen.